Search:

HomePage

Algemeen

Biologie

Natuurkunde

Scheikunde

ANW



edit

Reducerende Suikers

Reducerende suikers en het Luff-Schoorl reagens.

Theorie voor de bepaling van suikers door middel van een jodometrische titratie

(Door Ben Dijkhuis)

INLEIDING

Reducerende suikers, zijn suikers (mono- en disachariden), die een redoxreactie kunnen aangaan met oxidatoren. Voorbeelden hiervan zijn: alle monosachariden (b.v. glucose, fructose en galactose) de disachariden: lactose en maltose. Sacharose (biet- of rietsuiker) is geen reducerende suiker. Reducerende suikers reageren niet rechtstreeks met jood, vandaar dat van te voren, een aantal redoxreacties moeten plaatsvinden, alvorens een bepaling gedaan kan worden.

De bepaling omvat drie hoofdstappen:

  • Stap 0, het voorbereiden van de oplossing, waarvan het reducerend suikergehalte bepaald moet worden.
  • Stap 1, (in overmaat!) toevoegen van een speciale oplossing met koper(II)-ionen (het Luff-Schoorl-reagens), waarvan de koper(II)-concentratie nauwkeurig bekend is. Met deze oplossing worden monosachariden omgezet tot gluconzuur.
  • Stap 2, omzetten van de overmaat koper(II)-ionen tot koper(I)-ionen. Dit vindt plaats door toevoeging van jodide-ionen, I-(aq), zodat jodium, I2(aq) ontstaat.
  • Stap 3, titratie van het gevormde I2(aq) door middel van een oplossing met thiosulfaat-ionen, S2O3 2-(aq). De hoeveel jood die wordt bepaald, is een maat voor de hoeveelheid koper(II)ionen die is overgebleven.
  • Stap 4, berekenen aan de hand van de uitkomst van stap 3 hoeveel koper(II)-ionen zijn verbruikt bij de reactie met de suikers.

Indien de hoeveelheid koperionen, die bij stap 1 heeft gereageerd, bekend is, kan het gehalte aan reducerende suikers berekend worden.

STAP 1:

De monosachariden (C6H12O6) reageren door een redoxreactie met koper(II)-ionen, waarbij koper(I)oxide en gluconzuur ontstaan. (Bij de volgende reactievergelijking wordt glucose als voorbeeld gebruikt, maar deze reactie geldt ook voor bijv. fructose.)

Netto luidt deze reactievergelijking:

C6H12O6  (aq) + 2Cu2+(aq) + 4OH-(aq) C6H12O7  (aq) + Cu2O(s)   + 2H2O  
    gluconzuur  
 blauw   rood 

(REACTIEVERHOUDING: 1 mol C6H12O6 met 2 mol Cu2+) Het ontstane zuur zal natuurlijk direct verder reageren met de OH- ionen, die in de oplossing ruimschoots aanwezig zijn. De reactievergelijking moet dan als volgt worden opgeschreven:

C6H12O6  (aq) + 2Cu2+(aq) + 5OH-(aq) C6H11O7-(aq) + Cu2O(s)   + 3H2O  
    gluconaation  
 blauw   rood 

Lactose (een disacharide) reageert op gelijke wijze (zie ook voetnoot*):

C12H22O11  (aq) + 2Cu2+(aq) + 5OH-(aq) C12H21O12-(aq) + Cu2O(s)   + 3H2O  
 blauw   rood 

Zoals gezegd, komt bovenstaande reactie tot stand door aan de suikeroplossing het Luff-Schoorl-reagens (LS-reagens) toe te voegen. Deze bevat ca. 0,1 M koper(II)-ionen, waarvan de concentratie aan Cu2+ nauwkeurig bekend is.

Hieronder staat het voorschrift om het Luff-Schoorl reagens te maken:

Voorschrift voor het maken van 1 L Luff-Schoorl-reagens. ([Cu2+]= 0,1 mol.L−1)
Weeg nauwkeurig 25 koper(II)sulfaat (CuSO4.5H2O) af, spoel de stof, met gedemineraliseerd water, in een maatkolf van 1000,0 mL. Spoel ook nog in de maatkolf: 5 g citroenzuur (C6H8O7.H2O) en 39 g natriumcarbonaat (Na2CO3.10H2O). Los het verkregen mengsel op, zodat er geen vaste deeltjes meer in de oplossing aanwezig zijn. Vul aan tot de maatstreep, zet de stop op de maatkolf en homogeniseer de verkregen oplossing.

STAP 2:

De bepaling van de overmaat koper(II)-ionen wordt uitgevoerd, door een overmaat kaliumjodide toe te voegen, nadat er is aangezuurd. Hierbij worden de koper(II)-ionen door een redoxreactie omgezet in koper(I)jodide CuI, waarbij ook het bruine I2(aq) ontstaat.

In zuur milieu:
Cu2+(aq) + I-(aq) + e- CuI(s)|x2|OX 
2I-(aq)I2(aq)+ 2e- |x1|RED


Netto:
2Cu2+ (aq) + 4I-(aq)2CuI(s)  + I2  (aq)
blauw  witbruin

(REACTIEVERHOUDING: 2 mol Cu2+ levert bij de reactie 1 mol I2)

(Nevenreactie: de roodkleurige koper(I)oxide uit stap 1, wordt in het zure milieu, na de toevoeging van I- -ionen ook omgezet in koper(I)jodide, zodat de rode kleur van Cu2O verdwijnt!)
De hoeveelheid gevormde I2(aq) is een maat voor de hoeveelheid koper(II)-ionen die heeft gereageerd.

Stap 3:

De gevormde I2 wordt getitreerd met een oplossing van natriumthiosulfaat van 0,1 M, waarvan de concentratie nauwkeurig bekend is.
Bij deze titratie gelden de volgende halfreacties:

I2(aq) + 2e-2I-(aq)OX 
2S2O3 2-(aq)S4O6 2-(aq) + 2e-RED

Netto:
I2(aq) + 2S2O3 2-(aq)2I-(aq) + S4O6 2-(aq)

Zodra na de titratie de hoeveelheid I2 bekend is, kun je de overmaat Cu2+(aq) van stap 1 berekenen. De hoeveelheid Cu2+ dat met de suiker heeft gereageerd is dan ook bekend. Uit het laatste kan dan weer de hoeveelheid reducerende suiker te berekenen.


VOETNOOT *

De structuur van lactose is voor te stellen volgens onderstaande ringstructuur:


De structuur van lactose

Hieronder zien ze op welke wijze een evenwicht bestaat, waardoor lactose de reducerende aldehyde-groep heeft. (R=linkerring van de bovenstaande tekening).


Lactose in reducerende vorm
Edit - History - Print - Recent Changes - Search
Page last modified on June 26, 2006, at 02:37 PM

Warning: touch() [function.touch]: Utime failed: Operation not permitted in /usr/home/web/snl86731/biologie/cookbook/wikigallery/thumb.php on line 324