HomePageAlgemeen
BiologieNatuurkundeScheikundeANW
|
EDTAEDTA en complexometrie(Door Ben Dijkhuis) Deze theorie heeft betrekking op de bepaling van metaalionen in een waterige oplossing. CHELATIE OF COMPLEXVORMINGChelatie (of complexvorming) is een proces, waarbij een speciale soort chemische bindingen (ook wel coördinatiebindingen genoemd), tot stand komt.
EDTAEen veel toegepaste chelerende stof is EDTA (ethyleendiaminetetra-acetaat = ethyleendinitrilotetraethanoaat).
Als alle waterstofatomen van het EDTA zijn afgesplitst, verkrijgt men een 4-waardig negatief ion, dat we voorstellen met het symbool Y4-. Het metaalion wordt door het EDTA omgeven door totaal zes negatief-polaire groepen: de twee N-atomen en de vier COO--groepen. Als een metaalion, op deze wijze door het Y4--ion wordt omringd, ontstaat bijvoorbeeld het complex ion, dat we dan voorstellen met CuY2-. Op deze wijze kunnen metaalionen goed in oplossing worden gehouden. EDTA wordt dan ook gebruikt in wasmiddelen, en b.v. in de geneeskunde voor het vangen en verwijderen van calciumionen en ionen van andere metalen, waaronder ook wel zware metalen zoals arseen, koper en kwik. De meest sterke complexen worden gevormd met Mn2+, Cu2+, Fe3+ en Co3+. ![]() Als EDTA nog alle waterstofionen bezit, duiden we in de praktijk, een molecuul EDTA, aan door middel van het symbool: H4Y. Het is een witte kristallijne stof, dat slecht oplosbaar is in water. Om het dus goed in oplossing te brengen is het altijd nodig, dat er H+-ionen kunnen worden weggenomen. De volgende evenwichten kunnen optreden:
De drie ionen H2Y2- , HY3- en Y4- kunnen met metaalionen complexen vormen. Welke van de vier ionen het meest voorkomt is afhankelijk van de pH van de oplossing. De naam EDTA wordt zowel voor het zuur als voor één van de zuurrestionen gebruikt. Als we het metaalion voorstellen door Mn+ gelden de volgende complexvormingsevenwichten:
De sterkte/stabiliteit van het complex wordt uitgedrukt door middel van de vormingskonstante. Dit is de waarde van de evenwichtsconstante die tijdens het proces een rol speelt. ![]() Hoe groter de vormingsconstante Kv, des te stabieler is de complexe verbinding. Naast het feit dat de stabiliteit van een complexe verbinding afhangt van het soort metaalion dat met EDTA reageert, blijkt uit bovenstaande vergelijkingen dus ook dat de [H+], dus de pH de stabiliteit van de complexe verbinding beïnvloedt. We kunnen nu één en ander toelichten door middel van het onderstaande voorbeeld: Ca2+(aq) + H2Y2-(aq)<=> CaY2- (aq) + 2H+(aq) Op basis van een andere schrijfwijze van het evenwicht: CaY2-(aq) + 2H+(aq) <=> Ca2+(aq) + H2Y2-(aq), geldt de disscociatieconstante: Hoe kleiner de dissociatieconstante, des te stabieler de complexe verbinding. Derhalve geldt: -pKd=pKv TITRATIESOm metaalionen door middel van EDTA te bepalen zijn een aantal zaken van belang:
Bij titraties met EDTA wordt de pH door middel van een bufferoplossing constant gehouden. Als titreervloeistof (titrant), wordt in de praktijk vaak een oplossing van het dinatriumzout van EDTA gebruikt. Het voordeel boven de stof EDTA is het feit, dat het dinatriumzout zeer gemakkelijk in water oplost. ![]() EINDPUNT EN INDICATOROm het eindpunt te kunnen bepalen is een geschikte indicator nodig. Er zijn verschillende indicatoren bruikbaar, die geschikt zijn voor diverse metaalionen bij verschillende pH’s. Een overzicht vind je in de onderstaande tabel. De indicator is een kleurstof, die eveneens met metaalionen een complexe verbindingen kan maken.
Het werkt pas als de stabiliteit van het indicator-metaal-complex kleiner is dan van het metaal-EDTA-complex. Al we een molecuul van de indicator voorstellen met symbool ‘In’ , dan kunnen we de reactie op het eindpunt schematisch voorstellen door:
In de onderstaande tabel vindt je een aantal gegevens voor de bepaling van metaalionen met EDTA:
BRONNEN
www:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||