HomePageAlgemeenBiologieNatuurkundeScheikunde
ANW
|
4 VWO-H5-P4VWO PULSAR SAMENVATTING HOOFDSTUK 5(Door Arie Hamaker) §5.1 PERIODIEK SYSTEEMMen(delejev) heeft de elementen in een periodiek systeem kunnen rangschikken, omdat bepaalde scheikundige stofeigenschappen ‘periodiek’ terugkeerden in de reeks van alle bekende elementen naar opklimmende atoommassa, tegenwoordig opklimmend atoomnummer. Die elementen met dezelfde stofeigenschappen staan in een groep (verticale rij). §5.2 SOORTEN BINDINGENIn verbindingen komen twee of meer elementen voor. Er zijn drie combinaties mogelijk:
(NB: In een molecuul is sprake van atoombinding tussen de atomen (§2.4), een sterke binding die pas wordt verbroken als de stof ontleed wordt. §5.3 ROOSTERSDe regelmatige stapeling van onbewegelijke deeltjes in een vaste stof noemt men een kristalrooster. Zijn die deeltjes moleculen dan is het een molecuulrooster (bv in suiker), bij ionen is het een ionrooster (keukenzout), bij metaalatomen een metaalrooster (ijzer) en bij niet metaalatomen een atoomrooster (diamant). Het smeltpunt hangt samen met de sterkte van de onderlinge aantrekking tussen de deeltjes in het rooster, sterke aantrekking geeft een hoog smeltpunt. Molecuulbinding is relatief zwak, maar wel afhankelijk van de grootte van het molecuul. Stoffen met grote moleculen (bv plastic) zullen bij kamertemperatuur vaak vast zijn. Ionbinding en metaalbinding zijn sterk, dus zouten en metalen hebben hoge smeltpunten, zouten zijn bij kamertemperatuur altijd vast en metalen op een na (kwik) ook. REKENEN MET MACHTEN VAN 10 MOET JE KUNNEN! Invoeren machten van tien in de rekenmachine, bv 2,88 x 105 : 2,88 [x] 10 [^] 5 ipv wat in je boek staat. §5.4 SIGNIFICANTE CIJFERSEr zijn meetgegevens en telgegevens. Bij meetgegevens is het aantal significante cijfers bepalend voor de nauwkeurigheid van de meting. Dus een lengte van 12 meter wil zeggen een lengte tussen de 11,5 en 12,4 meter, een lengte van 12,0 m ligt dan tussen 11,95 en 12,04 m. Telgegevens zijn altijd exact, dwz 12 koeien wil niet zeggen een aantal koeien tussen de 11,5 en 12,4…
en dan afronden: 2367 (het laatste cijfer op de plaats van de 4 van 2354). §5.5 ATOOMMASSA EN MOLECUULMASSADe atoommassa’s in tabel 99 worden weergegeven in u, de atomaire massa-eenheid. ![]() §5.6 DE CHEMISCHE HOEVEELHEIDUit de reactievergelijking kan je de deeltjesverhouding, maar daarmee ook de massaverhouding waarin stoffen met elkaar reageren, halen. Op moleculair niveau is die massaverhouding in u, maar dat betekent op stofniveau dezelfde verhouding in gram! Men heeft als chemische hoeveelheid de mol bedacht: de massa van één mol van een bepaalde stof in gram is evenveel als de massa van één deeltje van die stof in u . Dus: molaire massa (M) in gram = deeltjemassa in u Dat betekent dat in één mol stof altijd hetzelfde aantal deeltjes zitten, ongeacht de stof! Een mol is dus gewoon zoiets als een dozijn (12) of een gros (144), alleen is het getal ‘iets’ groter, nl zeshonderd triljard (= 6,0 x 1023 of 600.000.000.000.000.000.000.000) deeltjes. Het getal hoef je niet te onthouden! Maak een tabel: ![]() Bij M vul je nu de molaire massa in (berekenen uit de stofformule of in binas T98 opzoeken) en in één van de vakjes rechts de gegeven hoeveelheid stof, in molen rechtsboven (a) of in grammen rechtsonder (b). Nu bereken je het vraagteken (kruisproduct). §5.7 MOLAIR VOLUME (gassen)Een mol van een gas, welk gas dan ook, neemt altijd hetzelfde volume (Vm) in (zelfde temperatuur en druk). In de derde klas heb je dit leren kennen als de wet van Avogadro. Bij een druk van 1,00 bar (p0) en een temperatuur van 273 K (= 0 oC) is Vm 22,4 dm3 (22,4 L). Bij 298 K (= 25 °C) is Vm 24,5 dm3. Is een stof vast of vloeibaar dan kan je met de molaire massa, M, van mol naar gram en omgekeerd rekenen, is een stof een gas dan kan je ook van mol naar volume en omgekeerd rekenen met het molair volume, Vm . Schema hieronder: ![]() Via de gegevens van de opgave zal je altijd een van de vakjes rechts in de tabellen kunnen invullen en dan: rekenen maar. |