Search:

HomePage

Algemeen

Biologie

Natuurkunde

Scheikunde

ANW



edit

Titreren Leren

TITREREN KUN JE LEREN

Door Arie Hamaker

Bij de kwalitatieve analyse wordt altijd bepaald welke stoffen aanwezig zijn (soms of een gegeven stof aanwezig is) in een gegeven mengsel.
Bij de kwantitatieve analyse wordt altijd bepaald hoeveel (mol, gram, mL) van een te onderzoeken stof in een gegeven mengsel aanwezig is.

De volumetrie, waaronder TITREREN valt, is een kwantitatieve analysemethode.
Het principe is vrij simpel.
Je maakt, zonodig, een oplossing van (het mengsel waarin) de te bepalen stof (zich bevindt) in, meestal, water. De hoeveelheid van deze oplossing is nauwkeurig bekend door gebruik te maken van een MAATKOLF (meestal 100,0 of 250,0 mL).
In deze oplossing zit een nauwkeurig afgemeten hoeveelheid van (het mengsel waarin) de te bepalen stof (zich bevindt), afgemeten in (milli)grammen of milliliters.
Van die oplossing van (het mengsel waarin) de te bepalen stof (zich bevindt) neem je een nauwkeurig afgemeten hoeveelheid met een PIPET (meestal 10,00 of 25,00 ml).
Deze laat je in een erlenmeyer leeglopen en vervolgens voeg je zonodig een indicator (een stof die van kleur verandert wanneer de te bepalen stof “op” is) toe.
Dan ga je titreren: je voegt druppelsgewijs uit een BURET (eerst de beginstand aflezen!) een oplossing met nauwkeurig bekende concentratie van een stof, die met de te bepalen stof reageert, toe. Wanneer de indicator “omslaat” (van kleur verandert), stop je met toedruppelen en je leest de eindstand van de buret af. Je bepaalt nu het aantal toegevoegde mL en kunt hiermee en met de concentratie van de toegevoegde oplossing de hoeveelheid (mol) te bepalen stof berekenen. De molverhouding haal je uit de reactievergelijking.
Vervolgens bereken je het percentage of het aantal gram per liter (of kg of 100 mL) van de te bepalen stof in het mengsel.

De MAATKOLF

Zie de strip over gebruik maatkolf.
De maatkolf dient om een oplossing met een nauwkeurig bekend volume te maken. Tot de streep gevuld is het precies de opgegeven hoeveelheid.

  1. In de (schoongespoelde!) maatkolf spoel je eerst m.b.v. een trechter en een spuitfles met demiwater een nauwkeurig afgewogen hoeveelheid stof (waarvan je een gehalte wilt bepalen) in zijn geheel (niks morsen!) vanuit een weegflesje over.
  2. Je vult de maatkolf dan voor de helft met demiwater en lost eerst de vaste stof helemaal op. Dat doe je NIET met de dop er op en dan schudden. Nee, je maakt een cirkelende beweging met de maatkolf in “rechtopstand”, waarbij je de hals vasthoudt.
  3. Pas als alle vaste stof is opgelost, vul je de maatkolf verder tot vlak onder de streep. Je maakt de hals boven de vloeistof van binnen droog met een opgerold en aan het einde omgevouwen filtreerpapiertje (niet de oplossing raken!) en druppelt met een druppelpipetje de laatste mL tot de maatkolf gevuld is als hier naast getekend.
  4. Dan mag de dop erop en homogeniseer je de oplossing door de maatkolf een keer of tien 180o om te draaien. Klaar.
Het kan zijn dat je geen vaste stof, maar een vloeistof in de maatkolf moet doen (om te verdunnen, je kan die vloeistof niet direct titreren: te geconcentreerd). Dan moet je die vloeistof pipetteren, zie bij de pipet. Het oplossen (strip: afbeelding 6 en 7) is dan niet nodig, de rest van de stappen wel.

De PIPET

Zie de strip over het gebruik van de pipet.
De pipet dient om een nauwkeurig bepaalde hoeveelheid van een te titreren vloeistof in de erlenmeyer (het titratievat) te laten lopen. Tot de streep gevuld is het precies de opgegeven hoeveelheid. De pipet moet eerst schoongespoeld worden (demiwater, 2x) en dan op concentratie gebracht worden, men noemt dat ook wel “wennen”. Dit wennen doet men door 2x te spoelen met de oplossing die je wilt gaan pipetteren (uit de maatkolf). Op concentratie brengen doe je omdat je anders bij het pipetteren de concentratie van de te pipetteren oplossing verlaagt door verdunning met het spoelwater dat zich nog in de pipet bevindt.

  1. Eerst vul je een bekerglaasje met te pipetteren vloeistof (eventueel moet dat bekerglaasje eerst gespoeld en gewend zijn!). Om de pipet op concentratie te brengen zuig je, met de pipetteerballon op de pipet, deze vol met de te pipetteren vloeistof en vervolgens laat je hem leeg te lopen, 2x. Let goed op de instructies over deze ballon.
  2. Bij het definitieve vullen eerst volzuigen tot boven de maatstreep, dan de buitenkant beneden aan afvegen met keukenpapier en dan met de leeglooppunt schuin tegen de glaswand van het bekerglas met de pipetteervloeistof voorzichtig leeg laten lopen tot de maatstreep.
  3. Dan, weer met de leeglooppunt schuin tegen de glaswand, leeg laten lopen in de erlenmeyer. Drie tellen wachten en pipet wegnemen. Het restje vloeistof dat er nog inzit, hoort daar ook, de pipet is zo geijkt dat er nu precies de verlangde hoeveelheid vloeistof uit is gekomen.
  4. Nu mag je de wanden van de erlenmeyer met demiwater naspoelen om alle vloeistof onderin de erlenmeyer te brengen. NB: Extra water is nu niet erg meer, want je weet dat de hoeveelheid opgeloste stof die je met de pipet overgebracht hebt, oorspronkelijk in 10,00 (15,00 of 25,00) mL oplossing zat. Bij je berekening ga je daar weer van uit.

De BURET

Zie de strip over het gebruik van de buret.
Met de buret kan je een nauwkeurig af te lezen hoeveelheid titreervloeistof in de erlenmeyer laten druppelen. De buret moet net als de pipet eerst gespoeld en dan op concentratie gebracht worden.

  1. Tweemaal spoelen met demiwater (spuitfles) en dan ook twee keer spoelen met de titreervloeistof. Je hoeft de buret daarbij niet geheel te vullen, maar ongeveer voor een derde. Houd vervolgens de buret horizontaal met de bovenkant boven de gootsteen en draai hem langzaam in het rond, zodat de gehele wand met vloeistof wordt bevochtigd. Laat tot slot een gedeelte van de vloeistof door het kraantje weglopen (alles duurt te lang), zodat het kraantje ook op concentratie is gebracht.
  2. Vervolgens vul je de buret (weer terug op het statief) met een trechter (ook gewend!) uit een bekerglaasje (ook gewend!) met de titreervloeistof tot boven de nulstreep. Laat vervolgens een beetje vloeistof uit de buret lopen om de lucht die zich eventueel nog in het kraantje bevindt, te verwijderen.
  3. Voor je begint met titreren lees je eerst de buretstand af. Nadat het eindpunt van de titratie bereikt is, lees je de buretstandweer af en berekent;
eindstand - beginstand = aantal toegevoegde mL.

Het TITREREN

  1. Je plaatst de erlenmeyer op een wit filtreerpapiertje onder de buretkraan (kraanuiteinde op dezelfde hoogte als de bovenrand van de erlenmeyer) en terwijl je nu met je ene hand de erlenmeyer voorzichtig zo “rondslingert” dat een denkbeeldige knikker op de bodem in de erlenmeyer rond zou gaan draaien, bedien je met je andere hand het kraantje van de buret (eerst aflezen!. Laat geen straal uit de buret lopen, dat geeft gespetter, eventueel zelfs de erlenmeyer uit! Druppelsgewijs toevoegen kan best snel.
  2. Let goed op de kleuromslag in de erlenmeyer en spoel zo af en toe de opgespetterde vloeistof weer naar beneden met een spuitflesje. Is het omslagpunt bereikt, dan lees je de buretstand weer af, noteert deze en..
  3. doet een duplo.
Een duplo is een tweede bepaling om na te gaan of je de eerste goed hebt gedaan. Stemt de duplo niet overeen met de eerste bepaling (d.w.z. dat het toegevoegde aantal mL meer dan 0,20 mL afwijkt van de eerder gedane bepaling) dan is een derde bepaling nodig. Een tweede bepaling gaat veel sneller dan de eerste, omdat de buret en de pipet al gewend zijn en dus alleen weer gevuld en geleegd dienen te worden.

Samenvattend:

BURET VULLEN:

Buret (en het bekerglaasje en de trechter die je daarvoor gebruikt) spoelen en wennen. Vullen tot boven de streep en dan beetje eruit laten lopen om het kraantje te ontluchten. Vergeet niet af te lezen, voor en na titratie!

MAATKOLF GEBRUIK:

Vaste stof in zijn geheel overbrengen (trechter), dan eerst oplossen (halfvol, dop er niet op) en dan pas afvullen, tot slot homogeniseren (nu dop er wel op).

PIPET GEBRUIK:

Pipet (en het bekerglaasje dat je er voor gebruikt) spoelen en wennen. Bij het vullen om te pipetteren eerst tot boven de streep, dan buitenkant beneden aan afvegen, dan terug laten lopen tot de streep en dan in de erlenmeyer leeg laten lopen. Altijd de punt schuin tegen de glaswand.

ERLENMEYER GEBRUIK:

Erlenmeyer nooit wennen, wel spoelen. Nadat de pipet erin leeg is gelopen, wanden afspoelen en tijdens het titreren regelmatig weer wanden afspoelen (nogmaals: extra water maakt niet meer uit, de hoeveelheid opgeloste stof ligt vast!). Vergeet niet de indicator toe te voegen voor je begint met titreren (tenzij dat niet hoeft).

NB: De “etten” (pipet en buret) dus altijd wennen, de maatkolf en de erlenmeyer nooit!

Edit - History - Print - Recent Changes - Search
Page last modified on April 11, 2006, at 10:56 AM

Warning: touch() [function.touch]: Utime failed: Operation not permitted in /usr/home/web/snl86731/biologie/cookbook/wikigallery/thumb.php on line 324