Concept
Voorwaarden:
- Bij het werken met dierlijk materiaal bedoeld voor snijpractica moeten de leerlingen van te voren (liefst de les daarvoor) op de hoogte gebracht zijn van het practicum.
- Leerlingen die bezwaren hebben bij zo’n practicum moeten een alternatief geboden worden (bijvoorbeeld een model die gebruikt kan worden).
- Leerlingen met bezwaren moeten in overleg een plek geboden worden waar zij hun alternatieve practicum uitvoeren.
Instructie:
- Van tevoren zijn door de TOA de spullen klaargezet.
- Er wordt bij de leerlingen geïnventariseerd wie het practicum wilt doen. Een alternatief wordt aangeboden.
- Voor het practicum wordt de klas in groepen verdeeld. De gehele klas wordt dan uitgelegd wat de bedoeling is en wordt de uitvoering doorgenomen en/of voorgedaan.
- De leerlingen moeten er op gewezen worden dat contact met het vlees tot een minimum beperkt moet zijn tijdens het practicum. Daarom worden door leerlingen die aan het materiaal willen zitten altijd handschoenen gedragen.
- Het dierlijk materiaal blijft altijd in het geleverde bakje liggen, wordt niet onnodig opgetild.
- Bij een snij incident stopt de leerling direct met het practicum, doet handschoenen uit en wast zorgvuldig zijn handen en de wond. Daarna wordt de wond door toa of docent gedesinfecteerd en voorzien van een pleister. Leerling mag niet meer aan het dierlijk materiaal zitten.
- Na het practicum moeten alle leerlingen hun handen wassen in warm water met desinfecterende zeep.
- Elke tafel waar het dierlijk materiaal op gestaan heeft, wordt schoongemaakt met warm water en desinfecterende zeep.
Benodigdheden per groep:
Verschilt per practicum…. Maar altijd:
- bak met warm water met desinfecterende zeep
- voldoende latex of plastic handschoenen
- Bakjes voor het dierlijk materiaal
- Eventueel glazen staafjes, scalpels of pincetten
- EHBO-doos in de buurt (bijvoorbeeld nabij kabinet)